De instelling van een milieuzone is onderdeel van het luchtkwaliteitsplan en staat alleen schone vrachtauto's toe om de zone binnen te rijden. De zone omvat grofweg het gebied binnen de singels.
Het bedrijfsleven onderschrijft het belang van maatregelen die het verbeteren van de luchtkwaliteit tot doel hebben, maar dan moet wel aan een aantal voorwaarden zijn voldaan. De voorwaarden liggen vast in een convenant dat door Breda, zeer recent, is ondertekend. Ook andere Brabantse steden handelen binnen dit convenant van onder meer het ministerie van VROM, de VNG, organisaties voor het beroepsgoederenvervoer TLN en EVO.
Breda heeft haast en heeft al besloten meteen na de zomer het zonebesluit in te voeren. Hoewel handhaving van de maatregel pas in januari begint, heeft het bedrijfsleven meer tijd nodig om de voertuigen aan te passen. Dit geldt met name ook de kleinere, lokale vervoerder met een beperkt wagenpark. Maar ook de grotere distributeurs hebben recht op meer zekerheid, temeer omdat de gemeente ook aan het distributiepatroon wil gaan sleutelen.
Bedrijven vrezen een enorme administratieve rompslomp als gevolg van het ontheffingensysteem voor voertuigen die nog niet zijn aangepast.
BZW wil samen met de collega-organisaties, zoals TLN, EVO, Bouwend Nederland, zorgvuldig op de invoering van de milieuzone studeren. Waar zijn de knelpunten? Hoe zijn de metingen en berekeningen uitgevoerd? Welke bijdrage levert welk voertuig aan de fijnstofproblematiek? Welke maatregelen zijn nodig? De instelling van een groene golf kan al grote effecten hebben, waardoor de zone kleiner kan of later kan worden ingevoerd? Hoe ziet het ontheffingensysteem eruit? Wie gaat dat betalen?
BZW wil dat de gemeente afstemming pleegt met andere B5-steden over uniforme invoering en vindt het niet meer dan logisch om tegelijkertijd met beperkingen ook compenserende maatregelen te treffen zoals verruiming van venstertijden ('zoet' naast 'zuur').
BZW verwijt de gemeente dat zij volledig voorbij gaat aan de economische belangen van het bedrijfsleven.
De oplossing ligt volgens BZW voor de hand: volg het stappenplan dat in het convenant is vastgelegd. Met hals-over-kop besluiten is het milieu niet geholpen.
Alleen als deze werkwijze in goed overleg met elkaar, met afweging van ieders belangen, wordt toegepast, mag een optimaal effect worden verwacht, gebaseerd op een breed draagvlak, stelt de BZW.
27 juni 2007